Hierdie is die LitNet-argief (2006–2012)
Besoek die aktiewe LitNet-platform by www.litnet.co.za

This is the LitNet archive (2006–2012)
Visit the active LitNet platform at www.litnet.co.za


 
Taal | Language > Nederlands | Dutch

Ronelda S Kamfer: Pijn is voor iedereen hetzelfde


Jooris van Hulle - 2011-12-05

Nu de slapende honden
Ronelda Kamfer
Uitgewer: Uitgeverij Podium
ISBN: 9789057594243
 

 

 

Met haar bundel Noudat slapende honde (2008) werd de bruine Afrikaanse dichteres Ronelda S Kamfer in Zuid-Afrika ingehaald als de nieuwe sensatie. Haar poëzie werd al snel vergeleken met die van om Antjie Krog. Onder de titel Nu de slapende honden bezorgde Alfred Schaffer in 2010 een voortreffelijke tweetalige Afrikaans-Nederlandse uitgave. Ze werd voor het eerst opgemerkt toen Krog en Schaffer twee gedichten van haar opnamen in Nuwe Stemme 3.

Ronelda S Kamfer werd geboren in 1981 in Blackheath op het Kaapse schiereiland. Later verhuisde ze naar Eerste Rivier op de Kaapse Vlakte (het gebied van getto’s en sloppenwijken buiten Kaapstad), waar ze op een heel directe manier in aanraking kwam met jongeren die in criminaliteit en druggebruik vluchten om de leegte van hun leven op te vullen. In een heel persoonlijk gekleurd idioom, waarin Afrikaans en Engels losjesweg met elkaar worden vermengd en aangevuld met neologismen die de spreektaal van de jongeren een totaal eigen karakter geven, hangt Kamfer een beklijvend beeld op van de hedendaagse Zuid-Afrikaanse maatschappij. De nasleep van de apartheid en hoe die, ondanks alle wettelijke voorzieningen, blijft meespelen in de hoofden van hen die het systeem aanhingen, verkrachtingen, doodslag, uitzichtloze armoede zijn de steeds weer opduikende thema's in de gedichten van Ronelda S Kamfer. Wat juist omwille van deze bijzonder geladen thematiek had kunnen uitmonden in verzen-te-vuur-en-te zwaard, wordt door de doorgedreven relativerende toon (ironie en understatement lijken me de sterkste wapens van de dichteres) met zo'n overtuigingskracht beladen dat de gedichten naar de keel grijpen, de lezer bijna lijfelijk kopje onder duwen in een realiteit die niet van de fraaiste is.

Het openingsgedicht van de bundel, 'Waar ek staan', laat zich lezen als een onverbloemd sociaal en poëticaal statement, dat reminiscenties oproept aan Charles Bukowski, aan wie een van de motto's bij de bundel is ontleend. De eerste strofe luidt zo: 'Nou sit ek om 'n tafel / met my voorvaders se vyande / Ek knik en groet bedagsaam / maar / êrens diep binne my / weet ek waar ek staan'. En, zegt ze verder: als welopgevoede mensen eten en lachen we samen, maar dat alles is slechts schijn, de ik weet perfect dat haar plaats niet daar is.

Nu pas word ik aan alles herinnerd

Het verleden laat zich niet zomaar wegcijferen. In het titelgedicht 'Noudat slapende honde' schrijft ze: 'Noudat ek Afrikaans praat / en ek die labels van mij klere afgeknip het / soek die verlede my nog steeds in die reën'. Een verleden dat weinig positiefs te bieden heeft: Kamfer 'vertelt' het verhaal van 'Kleine Cardo' die de avond voor hij naar de middelbare school zou gaan, neergeschotgen werd. Een bewuste aanslag? Of toch eerder een toevallig slachtoffer? Kamfer laat het in het midden, niet voordat zij cynisch heeft genoteerd: 'die politicians het 'n boompie geplant / en die Kaapse Dokter het hom uitgepluk / en gegooi waar die res / vannie Kaap se drome lê' [de 'Kaapse Dokter': bijnaam van de krachtige zuidoostenwind – verklaring door A Schaffer in de Woordenlijst die achterin de bundel is opgenomen]. Zo komen er nog meer verhalen voor in de bundel: dat van Kamfers oma en hoe goed zij wel door 'baas' Willem werd behandeld, maar die haar er toch maar van overtuigde dat haar kinderen liever dan de lagere school af te maken op de boerderij kwamen werken en hoe ze van ene dr Metzler te horen kreeg dat het maar goed was dat haar laatste kind doodgeboren werd, 'daai se naam / sou Judas gewees het'. Kleine verhalen in de rand van de grote geschiedenis, maar even nadrukkelijk verhalen die de uitzichtloosheid van het lijden vertolken. 'Die huisvrou' bijvoorbeeld is een gedicht over 'antie Doris' (tante Doris) die haar man en haar kinderen heeft omgebracht (zo althans wordt het gesuggereerd), maar toch eerst haar huis heeft schoongemaakt.

Zoekend naar zichzelf

De maatschappelijke betrokkenheid belet Ronelda Kamfer niet om in haar gedichten ook heel persoonlijk te worden, zonder dat ze hierbij verdrinkt en verzinkt in zelfbeklag. Over de afwezige vader schrijft zij in 'hoe seer is seer ' ('hoeveel pijn doet pijn'): 'een oggend het ek opgestaan / en badkamertoe gegaan / my pa het buite die deur gestaan / met die deur tussen ons / kon ek hom hoor asemhaal'. Staat de vader er ook echt? en zo ja, wordt zijn aanwezigheid ervaren als een bedreiging? Ook in 'Pick ‘n Pa' ('Kies een vader', hoewel in de vertaling een belangrijke connotatie verloren gaat: Pick 'n Pay is een bekende Zuid-Afrikaanse supermarktketen) staat de afwezigheid voorop, zoals verwoord aan het slot: 'Ek ken 'n klompie soorte pa's // behalwe die een wat ek / nog nooit gesien het nie' (ter verduidelijking: het eerste vers hier luidt in het Nederlands: ''Ik ken een boel soorten vaders'). Speelser van toon is dan weer 'To all the boys I loved before' (een allusie uiteraard op de Iglesias-song 'To all the girls I've loved before', in 2010 nog herschreven door Alanis Morisette als 'To all the boys I've loved before): vier jongens passeren de revue, en dan besluit Kamfer: 'Vandag is hulle almal gelukkig getroud'. Het gedicht 'kliek van sewe' ('groepje van zeven') roept de geborgenheid op die de ik mocht ervaren binnen een groepje vriendinnen. Een verboden uitje naar zee loopt dramatisch af als een van hen, de slimste van de klas, verdrinkt: 'Katie se ma het haar rapport kom haal / sy' t vir ons brood gebring / dié keer sewe snye vir 'n kliek van ses'.

Ronelda S Kamfer hangt een bij momenten ontluisterend beeld op van de omstandigheden waarin vooral achtergestelde jongeren in de townships het moeten zien waar te maken. Zij spreekt hun taal, zij voelt de polsslag van hun leven, zij zegt wat zij vaak niet (meer) kunnen zeggen. Of wat zij niet zouden zijn of doen mocht ze de kansen krijgen die al te vaak nog het expliciete voorrecht zijn van de upper class. Het gedicht 'goeie meisies' ('fatsoenlijke meisjes') is daar een schitterend voorbeeld van: vanuit de negatie wordt getoond wat precies wel verkeerd loopt. Ik geef het gedicht hier in vertaling: 'fatsoenlijke meisjes sluiten zich niet bij bendes aan / ze worden niet zwanger op hun dertiende / ze hebben geen tatoeages / ze roken geen wiet / ze gebruiken geen tik / ze feesten niet met leraren / ze hebben geen verhouding met chauffeurs van taxibusjes / ze werken niet bij Shoprite / ze zijn geen schoonmaaksters / fatsoenlijke meisjes wonen niet op de Kaapse vlakte' [vers 5: 'tik' is een goedkope harddrug – zie om ook Adriaan van Dis: 'Tikkop'].

Ronelda S Kamfer, Nu de slapende honden (vertaling Alfred Schaffer), Amsterdam, Podium, 2010, 85p, 17 Euro)

Hierdie artikel het voorheen verskyn in Poëziekrant, jaargang 35, nr 7, Oktober - November 2011, p 84