Hierdie is die LitNet-argief (2006–2012)
Besoek die aktiewe LitNet-platform by www.litnet.co.za

This is the LitNet archive (2006–2012)
Visit the active LitNet platform at www.litnet.co.za


 
Feeste | Festivals > Artikels | Features > Festival maakt indruk

Festival maakt indruk


Ingrid Glorie - 2011-06-24

Kosten noch moeite zijn gespaard om van het eerste Festival voor Afrikaans op Nederlandse bodem een succes te maken. Als locatie is gekozen voor het Tropentheater in Amsterdam. Dit theater, dat samen met het Tropenmuseum deel uitmaakt van het Koninklijk Instituut voor de Tropen, is gehuisvest in een monumentaal gebouwencomplex. Het gebouw – in het jaar van de oplevering 1926 nog het grootste van Amsterdam – was bedoeld om bezoekers onder de indruk te brengen van het rijke Nederlandse koloniale verleden en van de schat aan kennis over ‘tropische’ volkeren en culturen die onder dit dak verzameld was. Inmiddels is er veel veranderd in het denken over de representatie van andere culturen en staat de uitwisseling tussen culturen centraal. Maar ook op de hedendaagse festivalganger missen de marmeren entreehal, de muurschilderingen en het symboolgeladen houtsnijwerk van het Tropentheater hun uitwerking niet. ‘Een droomlocatie’, omschreef festivaldirecteur Joris Cornelissen het theater. En inderdaad, zowel vanwege de complexe koloniale geschiedenis als vanwege de feestelijke ambiance was het Tropentheater de ideale omgeving voor deze eerste editie van het Festival voor Afrikaans.

Wie de namen van de deelnemende schrijvers en artiesten ziet, beseft onmiddellijk dat er alles aan gedaan is om het festival in één keer goed neer te zetten. Breyten Breytenbach, Etienne van Heerden, Marita van der Vyver en E.K.M. Dido zijn schrijvers die in Nederland hun sporen hebben verdiend, en de shows van Amanda Strydom, Gert Vlok Nel en Chris Chameleon trekken er volle zalen. David Kramer is in Nederland minder bekend, maar zijn optreden raakt nou juist weer een snaar bij de vele ‘weglêhoenders’, zoals Breytenbach ze heeft genoemd, de Zuid-Afrikaanse expats die vanuit verschillende delen van Europa op het festival zijn toegestroomd. Als Kramer zijn megahit ‘Meisie sonder sokkies’ inzet, vliegt het dak eraf. Ook andere, in Nederland nog minder bekende artiesten zoals de rapper D’Low en de makers van het toneelstuk ‘Afrika is nie vir sissies nie’, kunnen op bijval rekenen.

Het is duidelijk: Zuid-Afrika zet op dit feest zijn beste beentje voor. De feestvreugde wordt verder versterkt doordat twee sponsors, KWV en La Motte, de bezoekers gratis laten kennismaken met hun beste wijnen. Op zondag zorgt de chef-kok van Pierneef à La Motte uit Franschhoek ook nog eens voor prachtig opgediende exquise hapjes. In de hal staan kraampjes met Afrikaanse boeken en biltong. En boven, op de galerij die uitzicht biedt op het feestgedruis in de hal, hangt een nieuwe serie schilderijen van Breyten Breytenbach, ‘Voormoeders en Abbavaders’: tien grote schilderijen, acryl op doek, waarin de kunstenaar erkenning geeft aan zijn ‘voorvadergeesten’ – Afrikaanstalige schrijvers die elk op hun manier hebben bijgedragen aan de ‘verandering-in-beweging’ van de taal. In het voorbijgaan ontdekt de beschouwer afbeeldingen van onder meer Eugène Marais, C.L. Leipoldt, N.P. van Wyk Louw, Uys Krige, Elisabeth Eybers, Adam Small, Ingrid Jonker en Sheila Cussons, omringd door anonieme sprekers die óók hun stempel op het Afrikaans hebben gedrukt.

De geschiedenis van de band tussen Zuid-Afrika en Nederland komt aan bod op zaterdagochtend, tijdens een forumdiscussie met Fanie Olivier en Breyten Breytenbach onder leiding van Ena Jansen. Een diashow op de achtergrond memoreert verschillende momenten uit de verhouding tussen beide landen; van de steun van de Nederlandse Boerenvriendenorganisaties tijdens de Tweede Anglo-Boerenoorlog via het optreden van de Nederlandse antiapartheidsbeweging in de jaren na Sharpville tot de nieuwe toenadering sinds het begin van de jaren negentig. Er wordt een eerbetoon gebracht aan mensen die ervoor gezorgd hebben dat de zogenaamde ‘stamverwanten’ elkaar nooit helemaal hebben losgelaten, zoals natuurlijk Breytenbach zelf, maar ook Elisabeth Conradi, W.E.G. Louw, Vernon February, Allan Boesak, Adriaan van Dis en vertaalster Riet de Jong-Goossens. Aan het slot van deze sessie weet Fanie Olivier iedereen te ontroeren door een gedicht voor te lezen dat hij ooit voor Breytenbach heeft geschreven. Meteen daarna grijpt Breytenbach de microfoon om te bewijzen dat hij zijn strijdlust nog niet heeft verloren en een verklaring voor te lezen tegen de nieuwe wet die dreigt de Zuid-Afrikaanse media te muilkorven.

Als er op het festival iets ontbrak, dan was dat ruimte voor discussie en vragen vanuit de zaal. Gelukkig bleven de meeste schrijvers en artiesten die aan het festival deelnamen de volle drie dagen van de partij en toonden ze zich in de pauzes graag bereid om vragen te beantwoorden en met de bezoekers van gedachten te wisselen.

Het festival is besloten met een dubbelconcert van Amanda Strydom en David Kramer. Strydom, die door Joris Cornelissen is uitgeroepen tot ‘ambassadrice van het Afrikaans in Nederland’, verraste en ontroerde door – nadat iedereen drie dagen lang de mond vol had gehad van ‘die taal van my hart’ – haar optreden te beginnen in… vlekkeloos Nederlands. Hoewel ze na het eerste couplet overschakelde op het Afrikaans illustreerde ze hiermee volmaakt hoe de relatie tussen het Nederlands en het Afrikaans zou kúnnen zijn. Vriendschappelijk, respectvol en genietend van het mooie en bijzondere in elkaars taal.

De festivalorganisatie, de optredende schrijvers en artiesten en de vele vooral Zuid-Afrikaanse sponsors zijn erin geslaagd om een onvergetelijk festival neer te zetten. Nu is de tijd aangebroken om de balans op te maken en na te gaan in hoeverre de doelen die van tevoren waren gesteld – zoals meer bekendheid geven aan de Afrikaanse taal en literatuur in Nederland en het creëren van een podium voor Afrikaanse artiesten – zijn gehaald. Maar nu al gaan er stemmen op om van dit festival een tweejaarlijkse traditie te maken. Wie erbij was heeft het gevoel getuige te zijn geweest van iets groots; hier werd geschiedenis gemáákt.