Hierdie is die LitNet-argief (2006–2012)
Besoek die aktiewe LitNet-platform by www.litnet.co.za

This is the LitNet archive (2006–2012)
Visit the active LitNet platform at www.litnet.co.za


 
Taal | Language > Nederlands | Dutch

Tien tannies rond een theepot en de toekomst van het Zuid-Afrikahuis


Ingrid Glorie - 2011-09-14

Ingrid Glorie reageer op Carina van der Walt se artikel

Het is alweer tien jaar geleden dat ik samen met Corine de Maijer, de bibliothecaresse van het Suid-Afrikaanse Instituut (SAI) in Amsterdam, het initiatief nam tot de oprichting van een leeskring voor Zuid-Afrikaanse literatuur.

Elke laatste dinsdag van de maand kwamen we met een klein clubje belangstellenden bij elkaar om leeservaringen uit te wisselen en ons gezamenlijk te verdiepen in het werk van bekende én minder bekende Zuid-Afrikaanse auteurs. Voor de meesten van ons gold dat we in eerste instantie vooral geïnteresseerd waren in Afrikaanstalige literatuur. Berichten dat er een nieuwe roman onderweg was van gevestigde auteurs zoals André P Brink, Etienne van Heerden, John Miles, Karel Schoeman, Elsa Joubert, Marita van der Vyver of Ingrid Winterbach, werden aan de grote tafel in het Zuid-Afrikahuis aan de Amsterdamse Keizersgracht dan ook met opwinding begroet. We maakten ook kennis met het werk van opkomende Afrikaanse schrijvers, zoals Ryk van die rawe van Jaco Fouché, ’n Stringetjie blou krale van EKM Dido, Klapperhaar slaap nie stil nie van Kirby van der Merwe en Vatmaar van AHM Scholtz.

Vanaf het begin was het echter al duidelijk dat we ons niet zouden beperken tot het Afrikaans en dat we via het werk van Engelstalige schrijvers in aanraking wilden komen met de volle rijkdom van Zuid-Afrika als rainbow nation. In de loop der jaren kwamen er verschillende romans van JM Coetzee en Damon Galgut aan bod. Daarnaast herinner ik me mooie, verrassende en soms breekbare avonden rond bijvoorbeeld The Memory of Stones van Mandla Langa, Whale Caller van Zakes Mda, Welcome to my Hillbrow van Phaswane Mpe, The Quiet Violence of Dreams van K Sello Duiker en A Human Being Died That Night van Pumla Gobodo-Madikizela. Antjie Krog leidde ons via haar bloemlezing Met woorde soos met kerse terug naar de eeuwenoude poëzietradities van de San en andere Afrika-culturen.

De leeskring kent al jaren een harde kern van acht tot twaalf trouwe deelnemers, hoofdzakelijk vrouwen en een enkele man. Sommige avonden geven een piek in de belangstelling te zien; tot wel 25 bezoekers! Hoogtepunten zijn vanzelfsprekend de bijeenkomsten waarbij schrijvers en literatoren uit Zuid-Afrika die in Nederland op bezoek zijn, zich bereid tonen om aan te schuiven en met ons van gedachten te wisselen over hun werk.

Maar hoe waardevol de leeskring ook mag zijn voor een select groepje Nederlandse liefhebbers van Zuid-Afrikaanse literatuur … Veel verder gaat de betekenis van dit gezelschap niet. Tien tannies rond een theepot, dat is wel zo’n beetje hoe ver de maatschappelijke relevantie strekt.

Ik was dan ook erg verbaasd, toen ik onlangs op internet las, dat er mogelijk een verband zou bestaan tussen de leeskring en de dreigende sluiting van het Zuid-Afrikahuis. Het bestuur van de Zuid-Afrikaanse Stichting Moederland (ZASM), de geldschieter achter het Zuid-Afrikahuis en haar bewoners, waaronder het SAI (de bibliotheek) en de Nederlands Zuid-Afrikaanse Vereniging (NZAV), heeft in zijn jaarverslag over 2010 aangekondigd “dat het pand wellicht binnenkort verlaten zal worden”. Het ZASM-bestuur zou het monumentale zeventiende-eeuwse grachtenpand willen verkopen omdat het niet bereid zou zijn om in deze “hoop stenen” te investeren nu een ingrijpende renovatie wegens achterstallig onderhoud (geraamde kosten: 3 miljoen euro) noodzakelijk is geworden.

De aankondiging dat het Zuid-Afrikahuis mogelijk haar deuren zal moeten sluiten, heeft zowel in Nederland als in Zuid-Afrika veel emoties losgemaakt. ‘Keizersgracht 141’ is al bijna negentig jaar een begrip. Er worden taalcursussen, tentoonstellingen, concerten en toneelvoorstellingen georganiseerd, en iedereen die iets over Zuid-Afrika wil weten kan er terecht voor informatie. Met meer dan 45 000 titels herbergt het gebouw de grootste Zuid-Afrikaanse bibliotheek in Europa. Het archief bevat onvervangbaar historisch bronnenmateriaal en in dezelfde kamer waar nu de leeskring bijeenkomt gaf N.P. van Wyk Louw college aan een nieuwe generatie letterkundigen, zoals TT Cloete, Merwe Scholtz, Elize Botha en Roy Pheiffer. Ingrid Jonker wachtte er op brieven van André Brink. Er is een speciale Elisabeth Eybers-kamer, met Eybers’ persoonlijke boekerij, haar tikmachine en haar eigen hoed en jas, en Etienne van Heerden beschreef de sfeer van het Huis in 30 Nagte in Amsterdam. Keizersgracht 141 is dan ook, zoals Van Wyk Louws opvolgster, professor Ena Jansen gesteld heeft, een lieu de mémoire, een plaats van herinnering die getuigt van de soms getroubleerde, maar altijd levendige geschiedenis van verbondenheid tussen Zuid-Afrika en Nederland.

Na de dramatische aankondiging van ZASM dat er plannen zijn om Keizersgracht 141 te verkopen, is er een comité opgericht dat, aangevoerd door Ena Jansen, alles in het werk stelt om het Zuid-Afrikahuis te behouden. Om gezamenlijk tot een oplossing te komen vraagt van alle betrokkenen de nodige diplomatie en stuurmanskunst.

Daarom is het opmerkelijk dat het comité nu op internet steun heeft gekregen uit onverwachte hoek. Journalist Bart Luirink besteedde op 19 juni jongstleden in zijn weblog op de website van het opinietijdschrift ZAM aandacht aan de strijd om het Zuid-Afrikahuis. ‘Het Zuid-Afrikahuis,’ aldus Luirink, ‘heeft in de afgelopen tien jaar voorzichtige, soms dappere pogingen gedaan om van het wat stoffige imago af te komen, bijvoorbeeld door een leesclub die ook de zwarte literatuur indook, kleine seminars, exposities en lezingen. De bibliotheek bevat een rijke (politiek en cultureel) gevarieerde collectie boeken die zeer goed toegankelijk is.’ Zijn niet juist deze activiteiten, ‘die van het huis een voorpost van het nieuwe Zuid-Afrika zouden kunnen maken’, vraagt Luirink zich af, voor het ZASM-bestuur reden om het te sluiten?

De suggestie dat de vrijmoedigheid waarmee de leeskring grasduint door de gehele Zuid-Afrikaanse literatuur, inclusief het werk van Engelstalige en zwarte schrijvers, mogelijk iets te maken zou kunnen hebben met het plan van het ZASM-bestuur om Keizersgracht 141 te verkopen, werd nog wat verder aangedikt door Carina van der Walt, in haar Litnet-artikel ‘Leeskring van Zuid-Afrikahuis: dupe van ZASM-besluit’ van 2 september. ‘Dit is duidelik,’ schrijft Van der Walt, ‘dat hierdie klub in hulle leeslyste taal en ras gemaklik oorskry. Is dit deel van ZASM se probleem?’

De waarheid is natuurlijk dat niemand ons ooit een strobreed in de weg heeft gelegd om onze eigen titels te kiezen. Tussen de activiteiten van de leeskring en de overwegingen van ZASM bestaat geen enkel verband en ik acht het uiterst onwaarschijnlijk dat de lectuur van tien tannies rond een theepot een rol zou kunnen spelen in ZASM’s afwegingen om een historisch en monumentaal pand dat ettelijke miljoenen waard is, te verkopen.

Dat Luirink en Van der Walt zich waarderend uitlaten over (onder meer) de leeskring, is fijn. Zij lijken te sympathiseren met de wens van velen om het Zuid-Afrikahuis open te houden. Maar met het opwerpen van tendentieuze vragen doen zij deze zaak geen goed.

Gelukkig is er, anders dan de titel van Van der Walts stuk suggereert, nog geen definitief besluit gevallen. ZASM en het steuncomité zijn nog volop bezig om naar een voor iedereen aanvaardbare oplossing te zoeken. Daarbij is een zorgvuldige, constructieve opstelling van het grootste belang. Om het voortbestaan van een prachtig instituut als het Zuid-Afrikahuis te koppelen aan de boekkeuze van een eenvoudige leeskring – is een storm in een theekop, meer niet.